Alle berichten van Twan

-

Aanpoten en geen uren tellen

Olivier van der Vaart uit Terheijden stelt realisme boven de dromen van een beginnend ruiter.

Schermafbeelding 2014-11-12 om 23.24.39
Olivier van der Vaart poseert op het ‘middenplein’ tussen zijn boxen. Een combinatie van oude steunbalken en mo- derne boxen, contrastreren opmerkelijk. foto Johan Wouters/het fotoburo

 

 

 

 

Schermafbeelding 2014-11-12 om 23.27.52

door Karel Pleunis karel.pleunis@bndestem.nl

 

 

PAARDENSPORT – Achter het hek van de sfeervol verbouwde boerderij, ‘verscholen’ aan randje Terheijden en op een steenworp afstand van Made, deinzen vijf honden er niet voor terug om bezoekers met flink wat kabaal ‘te begroeten’. „Van die twee heb je niets te vrezen”, wijst hij, „maar die twee zijn vooral ’s nachts erg scherp.” Zo lijkt Olivier van de Vaart zich te verontschuldigen voor wellicht wat overdreven interesse in broekspijpen. „Geen luxe trouwens. Want hoewel we hier pal aan de A58 zitten, zitten we ook in de middle of nowhere.” Van der Vaart, tijdens Outdoor Brabant winnaar van twee kwalificatiewedstrijden voor de derby van Breda, is pas 23 jaar, maar staat toch al enkele jaren op eigen benen. Bij Leon Kuipers in Breda leerde hij de beginselen van de rijkunst en vervolgens kreeg hij er als werknemer de fijne kneepjes van het vak onder de knie. Tijdens Indoor Oosteind brengt Van der Vaart een fors aantal paarden uit. Van de zesjarige ruin Domino (Lord Z), verwacht hij het nodige, zoals hij ook met de 10-ja- rige ruin Zucchero (Chin Chin) in de klasse Z hoge ogen denkt te gooien. Met dit paard won hij twee kwalificatiewedstrijden van de derby tijdens Outdoor Brabant. Dakota (Wittinger) en Quadushi (Quasimodo), twee zesjarige merries, starten eveneens in de klasse Z. Zijn grootste troef is echter de elfjarige merrie Wieze wie (Rubels) met wie hij de grote prijs (een 1.40-meter parcours) op zijn naam wil schrijven. „Natuurlijk”, zegt Van der Vaart, „doe je het daar als eerzuchtig ruiter toch voor. Het echte doel van mijn werk is echter paarden ervaring op te laten doen en ze beter maken. Wedstrijden zijn van belang om eigenaren te tonen dat hun paard progressie boekt. Ze moeten met een
tevreden gevoel naar huis gaan.” Die laatste bespiegeling op het vak van stalhouder geeft aan dat de jeugdige ruiter geen dromer is. Van der Vaart behoort tot de categorie van ondernemers die de luchtkastelen al op jeugdige leeftijd achter zich heeft gelaten en met zin voor realiteit naar de toekomst kijkt. „En die bestaat dus niet uit het rijden van veel internationale wedstrijden, maar vooral uit het opleiden van jonge paarden”, zegt Van der Vaart. Hard werken en vooral geen uren tellen. „Zolang je echter plezier aan dit vak beleeft, maken uren niets uit. Bovendien, weet je met jonge paarden regelmatig te presteren, dan val je uiteindelijk ook op. Maar dan nog. Wie neemt de zaken van me over als ik voor een wereldbeker in het buitenland zou zitten? Vervangers moeten betaald worden. Beter dus maar niet denken aan al die dromen van een beginnend ruiter.”

Natuurlijk zou ik best internationaal willen, maar dat is financieel geen haalbare kaart

Olivier van der Vaart

Op de thuishaven van Van der Vaart, die luistert naar de naam De Liniehoeve, worden nostalgie en modern vrijwel moeiteloos gecombineerd. Met stallen die ‘oorlog’ schijnen te voeren met de tand des tijds en waar nieuwe paardenboxen een opvallend con- trast vormen met de ouderdom van tegen houtworm geïmpregneerde en daardoor keihard ge- worden steunbalken. Paardenhoofden vragen opvallend toegankelijk aandacht. Geen

schrikreacties. „Terwijl ik deze”, vertelt Van der Vaart, „een aantal weken geleden met een touw aan het halster in de box moest zetten omdat ik hem niet kon aanraken.” Van die succesjes geniet hij. „Zoals ook het rijden van concoursen een welkome onderbreking is van het dagelijkse werk is. „Loop je collega’s en eigenaren tegen het lijf. Gaat het over van alles en nog wat.” „Weet je”, zegt hij, „ik geloof niet dat er in West-Brabant sprake is van veel jaloezie. Ruiters en amazones gunnen elkaar een goed bestaan. Ook in de handel. Als er iemand bij mij langs komt voor een paardje en dat staat niet bij mij, maar bijvoorbeeld wel bij Geert Moerings of Leon Kuipers, dan verwijs ik die klant gewoon door. Dan ga ik zelf echt niet zitten te prutsen.” Van der Vaart denkt dat er, ondanks de crisis, best nog een aardige boterham te verdienen valt in de handel. „Met de bezettingsgraad van de stallen valt het in deze regio best mee. Rond Eindhoven zitten er veel meer en ook die blijven bestaan.” Bij handel passen geen sentimenten. „Klopt. Ik ben goed voor de paarden en probeer het vertrouwen van hun eigenaren niet te beschamen. Maar vaak staan ze hier voor de handel. Dat weet ik. Vandaar dat ik er niet wakker van lig als er één verkocht wordt.”